boeken die ertoe doen

Het verschil tussen naturist en nudist

Dat legt Jaap, de hoofdpersoon uit de debuutroman Vénavi van Kees Wiese (82), voor eens en voor altijd uit. Jaap vormt de helft van een eeneiige tweeling Zijn broer heet Joop. Jaap is sinds zijn vroegste jeugd actief naturist en is biseksueel. Joop daarentegen is homo en sterft na enkele avonturen een akelige dood in een verhouding met een porno-schandknaap.

Jaap beleeft als rusteloos kind van pal voor de Tweede Wereldoorlog veel meer – vaak ook deels erotische – avonturen dan zijn broer. Vaart even als lichtmatroos, wordt leraar Geschiedenis en promoveert.

Wordt daarna directeur van een Afrikamuseum en organiseert daarvoor tenslotte een immens nieuwbouwproject. Hij wordt wel 96 jaar oud. Tijdens een dienstreis wordt hij gekidnapt, kort tot slaaf gemaakt en op de markt gebracht.

Jaap vertelt uitgebreid, realistisch en expliciet over de Oorlog, zijn ouders, zijn jeugd, school- en studententijd, zijn proefschrift en promotie, zijn belevenissen als ‘ongedwongen naaktloper’, zijn eigen collecties, seks en huwelijken.

Ook over de vele kennis opgedaan tijdens zijn research, waarbij hij o.a. uit een zeer oud geschrift van Henry M. Stanley –  journalist/ontdekkingsreiziger en schurk – citeert. Hij verhaalt over zijn vooral administratief ingestelde broer Joop. Over zijn vele avontuurlijke reizen, zijn ouders en zijn begripvolle weldoeners.

Sinds de dood van Joop draagt hij altijd twee kleine, houten, Afrikaanse Vénavi-beeldjes van de Ewe-stam bij zich. Bij de Ewe zijn tweelingen heilig. De identieke, uit één stuk hout gesneden beeldjes stellen zijn broer en hem voor. Beiden geheel naakt.

Zij leverden de titel voor deze roman.

Over Kees Wiese

De auteur van deze korte roman over de eeneiige tweeling Jaap en Joop schreef al woordjes op achtjarige leeftijd – met griffel op lei – en is blijven schrijven.Kan het niet laten.

Hij was ruim veertig jaar dagbladjournalist. Hij bekleedde bij de krant tal van functies: van algemeen verslaggever en parlementair redacteur tot redacteur wetenschappen, van columnist tot commentator. Versloeg de internationale aids/hiv-conferenties. Maakte o.a. naam met ‘De Zaak Aantjes’ en ‘De Zaak Stinissen’.

Hij reisde, ook na zijn pensionering, de wereld rond. Bezocht (op Australië na) alle continenten – ook de poolgebieden. Voer op alle oceanen en vele zeeën.

Hij schreef dagelijks. Moest zich daarbij uiteraard aan de (nieuws)feiten en ware gebeurtenissen houden. Liefst als ooggetuige: voor fictie is in de journalistiek geen plaats. Wel voor zijn inlevingsvermogen. Hij nam deel aan de eerste Nederlandse Antarctica Expeditie en de Indische Oceaan Expeditie.

Nu – grootvader en al twintig jaar met pensioen – geeft hij zijn uitbundige fantasie ruim baan. Zijn pure fictie en poëzie aan de beurt. Hij toont zich aanhanger van het rauwe neo-realisme: het moet wel ‘gebeurd kunnen zijn’.

Hij mixt stukjes van de talloze verhalen die hij – anoniem – van anderen hoorde met eigen ervaringen en memorabele fantasietjes tot een brei. Daaruit componeert hij een zo geloofwaardig mogelijk klinkend verhaal. De roman Vénavi is het langste dat hij ooit schreef. Solipsistisch, naturalistisch, expliciet.

Maar wel fictie.

Oordeel zelf en bestel hier het boek.

 

 

Top